- Flow
2007
Flow | Items #6, 2007
Een typograaf heeft het maar makkelijk. Er bestaan maar twee soorten pagina-opmaak, dus dat is makkelijk kiezen. Bij de ene soort bepaalt de tekst hoe de pagina er uitziet en bij de andere is dat net omgekeerd. Alle andere soorten pagina layouts zijn mengingen van deze twee en daarom bijna altijd gekunsteld.
Het overlopen van tekst van het ene kader naar het andere en van de ene pagina naar de andere wordt ook wel “flow” genoemd. Tekst wordt vaak voorgesteld als een vloeistof. Het volume blijft altijd hetzelfde, maar de vorm is afhankelijk van waar je het in giet. Een tekst gaat langzamer stromen als hij van een smalle in een brede kolom overloopt. In tegenstelling tot een vloeistof kan je tekst wel een klein beetje in elkaar drukken als die niet past, maar het effect is lang niet zo groot als met een stof is gasvorm. Dus stellen we ons een tekst toch als vloeistof voor.
Een groot deel van het werk van de typograaf is het verkrijgen en behouden van controle op zulke tekststromen. Bijvoorbeeld door te zorgen dat een illustratie en haar bijschrift bij elkaar op de pagina worden geplaatst. Of dat een voetnoot op dezelfde pagina staat als de verwijzing in de tekst1.
Toch gaat de vergelijking met echte vloeistof niet helemaal op. De moleculen van een tekst zijn niet zo klein als in een werkelijke vloeistof. Een betere vergelijking zou zijn: melk met brokjes. Een regel kan alleen op lettergrepen worden afgebroken en dat kan erg ongunstig uitkomen. Woorden als “herfst”, “schreeuwt” en “przwalskipaard” zijn klassieke ondingen.
Het vervelendste wat bij de productie van een boek kan gebeuren is dat een aanpassing – bijvoorbeeld auteurscorrectie – in de definitieve opmaak cumulatief doorwerkt. Soms kan zo’n wijziging “uitdoven”, maar heel vaak leidt het toevoegen van een enkele letter tot een andere woordafbreking aan het einde van een regel, waarna de regel eronder anders gaat afbreken, waardoor verderop een illustratie of een voetnoot net naar de volgende pagina opschuift, zodat de tekst op die pagina nog veel verder opschuift, enzovoort. Het gevolg is misschien dat een hoofdstukpagina van rechts naar links verhuist en dat het totale aantal bladzijden van het boek niet meer in een veelvoud van 16 of 32 pagina’s per katern past. Kortom, een wijziging van één letter kan de finale opmaak rigoureus overhoop halen.
De inhoud bepaalt de flow
Vroeger, toen pagina’s nog geplakt werden uit stroken tekst, waren dergelijke correcties dan ook een nachtmerrie voor iedere typograaf. Dat werk kan je veel beter door een computer laten doen. Een voorbeeld daarvan is MS-Word. Het volume – en ook een beetje de structuur – van de tekst bepaalt hoeveel pagina’s er nodig zijn. Die ontstaan automatisch. De tekst loopt vanaf de bovenkant van de bladzijde naar beneden tot die vol is en dan gaat het weer verder op de volgende pagina, net zolang tot de tekst op is. Als je iets aan het volume van de tekst verandert, bijvoorbeeld door er een regel bij te zetten of het lettertype of -grootte aan te passen, dan maakt het programma automatisch nieuwe pagina’s aan.
In sommige programma’s is het mogelijk instructies toe te voegen, die wat meer controle geven over de pagina-indeling. In een relatief ver verleden was dit soort opmaak al te zien in de Unix programma’s “nroff”, “troff” (die, wat bijna niemand weet, gewoon nog steeds binnen de terminal van Mac OSX beschikbaar zijn). Instructies binnen de tekst (XML bestond nog niet) waren herkenbaar aan de punt als eerste teken van een regel. Een uitgebreide set van typografische- en opmaakinstructies maakt het mogelijk om een layout te definiëren die afhankelijk van de tekst automatisch naar pagina’s wordt omgerekend. Alle uitzonderingen en condities moeten van te voren worden bedacht. Met een dergelijk aanpak kunnen fouten in de opmaak niet in het eindresultaat worden aangepast. Het voordeel is dat niemand meer iets handmatig hoeft te doen. Wijzigingen in de kopij leveren direct weer een nieuw opgemaakt document op. Maar het zal duidelijk zijn dat er per definitie altijd foutjes in de opmaak blijven zitten. Geen programmeur kan vooraf het oneindige aantal situaties voorzien, dat zich bij tekstafbreking en pagina indeling kan voordoen. Wel in grote lijnen, maar niet in detail. Een “hoere(n)jong” – een enkel woord op de regel aan de bovenkant van de volgende pagina – is alleen te voorkomen als het programma kan “backtracken”, dus terug kan komen op eerdere beslissingen. In praktijk leidt deze aanpak veelal tot een explosie van alternatieven die moeten worden geanalyseerd, een zee aan mogelijkhede, die als snel de complexiteit van een schaakprogramma benadert. En het resultaat biedt nog steeds geen garantie dat het resultaat onder alle omstandigheden optimaal is.
Programma’s zoals LATEX, FrameMaker en FOP (XSL-FO) volgen een dergelijke werkwijze. In praktijk zal de automatische opmaak voor een typograaf zelden leiden tot bevredigende kwaliteit. Deze programma’s worden daarom vooral ingezet als de actualiteit van het document belangrijk is en de typografie er niet zo erg toe doet, zoals bij rapporten en handboeken vaak het geval is.
De layout bepaalt de flow
De andere aanpak levert veel meer controle op de kwaliteit van de pagina. De ontwerper tekent kaders, bijvoorbeeld in Illustrator of HTML. Elke kader bevat een specifieke tekst. Correcties maken een kolom wel langer, maar de tekst zal niet overlopen in een ander kader. Om tekst passend te maken moeten typografische eigenschappen zoals lettertype, corps en regelafstand of de tekst zelf worden veranderd. Of dat laatste een optie is hangt sterk af van de vraag of de auteur al dood is. Een wervende brochuretekst is wat makkelijker aan te passen dan een verhaal van Gerard Reve.
En de menging...
De menging levert altijd onhandige en onduidelijke ontwerp- en productieprocessen op. Om het voor de ontwerper wat makkelijk te maken werden opmaakprogramma’s ontwikkeld. Quark XPress, PageMaker, InDesign zijn daarvan bekende voorbeelden. De ontwerper laat de tekst in kaders lopen. Die tekst is met een tekstverwerker gemaakt en digitaal aangeleverd (merk op daar daarbij de automatische pagina-opmaak verdwijnt die er door onervaren auteurs naarstig aan was toegevoegd). Het is binnen de applicatie mogelijk om kaders met elkaar te verbinden. Zo kan een heel boek in één keer in een template worden gekopieerd, waarbij (semi-)automatisch net zoveel pagina’s worden aangemaakt als nodig is. Als de ontwerper het niet zo slim heeft voorbereid zullen alle typografische eigenschappen handmatig moeten worden toegevoegd. Ik denk dat ik niet wil weten hoeveel collega’s toch nog steeds op deze manier te werk gaan (onder het motto: “domroutine werk is ook ontwerpen; als het maar door een ontwerper wordt gedaan”). De problemen ontstaan als de auteur na de eerste proef opnieuw een – gecorrigeerd – tekstbestand aanlevert. Alle opmaak moet opnieuw gebeuren, elke correctie-ronde opnieuw. Een alternatief is om de auteur direct in InDesign te laten corrigeren, maar dat heeft weer allerlei practische consequenties. Niet iedereen heeft de applicatie en de fonts beschikbaar, maar een groter probleem is dat de auteur op de stoel van de ontwerper gaat zitten. Dat is een luxe die aan veel auteurs niet besteed is.
De oplossing?
Ontwerp niet alleen de vorm maar ook de werkwijze. Dat leidt bijna altijd tot een betere selectie van gereedschappen of zelfs tot het ontwikkelen van nieuwe technieken. Veel ontwerpers pretenderen bijzonder vernieuwend te zijn, terwijl ze zich volkomen conformeren aan programma’s en standaarden die hen door anderen worden opgelegd. Dat is niet bepaald een omgeving om je eigen “flow” te ontwikkelen.
Links
docs.rinet.ru/UNIXi/ch08.htm
www.umcs.maine.edu/~www-adm/docs/unixdoc/node44.html
www.latex-project.org
www.adobe.com/products/framemaker/
xmlgraphics.apache.org/fop/
en.wikipedia.org/wiki/Adobe_InDesign
www.quarkvsindesign.com/
1 Dat laatste is vooral een probleem als de verwijzing naar een voetnoot onderaan de pagina staat. Op die plek zal ook de voetnoot zelf komen te staan, waardoor de verwijzing naar de volgende pagina verhuist. Daardoor zal ook de voetnoot naar de volgende pagina verhuizen, waardoor er op de eerste pagina weer ruimte ontstaat voor de tekst waarin de verwijzing staat.
Een typograaf zal het probleem onderkennen en een andere oplossing zoeken. Maar als de opmaak automatisch wordt berekend is typisch dit het soort cirkel-redeneringen waar een programma rekening mee moet houden.







