- De Streek
2005
De streek | Items #3, 2005
In het kader van de Items serie “Mijn goudmijn”, waarin ontwerpers gevraagd wordt aan welke publicatie zij veel inpiratie hebben ontleend, schreef Petr van Blokland deze beschouwing over “De Streek” van Gerrit Noordzij.
In 1991 publiceert Gerrit Noordzij zijn spannende boek “De Streek, Theorie van het schrift”. Het is voor niet alleen een goudmijn om wat er in staat, maar vooral ook vanwege de wereld van ideeën er omheen en wat er aan de publicatie vooraf gaat.
In 1977, mijn tweede jaar op de academie van Beeldende Kunsten in Den Haag geeft Gerrit het vak letterontwerpen. In zijn lessen staat het aspect ‘contrast’ centraal, zoals dat ontstaat wanneer letters worden geschreven. Het verschil tussen de dunne en dikke lijnen en ook hun positie in een letter zijn in het model van Gerrit direct afgeleid van de gebruikte pensoort.
Een brede, platte pen levert ‘translatie’ op, zoals bijvoorbeeld in Times New Roman en Gill. Asymmetrisch, doordat de letters linksonder/rechtsboven dik zijn en linksboven/rechtsonder dun. De richting van de streek bepaalt het contrast. Alleen een streek van linksonder naar rechtsboven is dun, alle andere richtingen leveren een dikke lijn.
Een spitse pen, daarentegen, levert ‘expansie’, zoals in Bodoni en Helvetica. Symmetrisch doordat de letters links/rechts dik zijn en boven/onder dun. In dit geval bepaald de druk op de pen het contrast. Een neergaande streek is dikker omdat de punten van de pen uit elkaar bewegen. Het vlies van inkt tussen de punten vult de lettervorm.
Een letterclassificatie op basis van het contrast staat haaks op de klassieke verdelingen tussen schreef- en schreefloze letters. Of klassiek en modern. Het gaat om het dik-dun in de letter en niet om details zoals schreven (de ‘voetjes’ die aan sommige lettertypen zitten), krullen en andere toevoegingen. Gerrits uit uitgangspunt is dat het schrift de oorsprong is van de meeste lettervormen en dus ook als uitgangspunt genomen moeten worden voor het classificeren ervan.
Gerrit is een uitdager, in voor elk experiment, of het nu gaat om het ter discussie stellen van bestaande opvattingen over letterontwerpen en typografie, of over het ontwikkelen van nieuwe theorieën over optica, zoals in een van zijn latere publicaties. Zijn lessen zijn voor mij een directe aanleiding om zelf een computer te bouwen (geen sinecure, aangezien elke chip in 1977 nog apart gesoldeerd moet worden en een harde schijf van 5Mb wel fl 5.000 kost). Ook stimuleert hij om als ontwerper diep in de wiskundige theorie van lettervormen te duiken. Vooral de discrepantie tussen vormen die mathematisch en vormen die optisch juist zijn komt in het formeel beschrijven van lettervormen duidelijk naar voren.
Hij is het die met Peter Karow van het Hamburgse URW in deze periode de eerste geïnterpoleerde letters maakt. Door de uiterste gewichten, mager en vet, van een letter te tekenen en deze tekeningen te digitaliseren is het mogelijk om een onbeperkte hoeveelheid tussengewichten te berekenen. Interpoleren is een van de beste automatisch uit te voeren bewerkingen op lettervormen. Tot op de dag van vandaag wordt deze techniek door vrijwel alle letterontwerpers en -uitgevers gebruikt, zij het dat de interpolatie nu op Bézier curves werkt, en niet op Ikarus curven (zie ook Superpolator).
Zijn lessen zijn ook aanleiding voor een jarenlange correspondentie over de mogelijke principes van het beschrijven van vormen. Dat is tot op heden een onopgelost probleem. Enerzijds is het een voordeel als de letter nog steeds notie heeft van begrippen als ‘stokken’ en ‘bogen’ omdat daarmee een letter makkelijk van gewicht veranderd kan worden door de breedte van de pen aan te passen. Maar deze schrijftechniek kan niet worden toegepast op onderdelen zoals schreven en ook niet op letters die een andere oorsprong hebben kapitalen (die hebben hun vorm gekregen door te hakken). Om toch alle vormen digitaal te kunnen weergeven kan in de huidige letterprogramma’s alleen met een outline worden gewerkt die als een kralenketting om de vorm heen ligt. Daarmee kan wel nauwkeurig iedere vorm worden beschreven , maar er is geen informatie over de constructie meer aanwezig.
“De streek” is een boek waarin de bestaande structuren worden gerelativeerd, precies dat wat Gerrit zijn studenten wil laten doen. Ontwerpers, onderzoekers en wetenschappers moeten geen ontzag hebben voor het bestaande. Alleen beroepsmatige ontevredenheid leidt tot nieuwe inzichten. En om dat te worden moeten studenten leren kritisch naar de omgeving te kijken, inclusief dat wat docenten aanleveren. Om te leren in welke eigen situatie zijn model niet meer toereikend is vergt een aantal jaren in de ontwerppraktijk. Gerrit weet dat als geen ander te stimuleren.






