Disclaimer
We are fully aware that Google translation is not flawless for every text or language. Still it is better than nothing. Google keeps on improving on the translation, faster than we can do that. Over time we will add manual translations for English to the pages.
We are fully aware that Google translation is not flawless for every text or language. Still it is better than nothing. Google keeps on improving on the translation, faster than we can do that. Over time we will add manual translations for English to the pages.
- Architectuur=Typografie

2004
Architectuur=Typografie | Items #3, 2004
De cirkel is rond. Lang hebben verzuiling en verkokering de schijn kunnen ophouden dat alles verschillend is. Of het nu gaat om godsdiensten die elkaar over één artikel naar het leven staan; om landen die denken dat de verschillen met de buren zo groot zijn dat ze een oorlog rechtvaardigen; om de opvatting, dat als iemand een instrument bespeelt, hij onmogelijk ook goed theater kan maken; om artsen die denken dat een patiënt met één aandoening niet tegelijk ook een andere ziekte kan hebben; om architecten die denken dat grafisch vormgevers geen tentoonstelling kunnen bouwen omdat die zich uitsluitend met twee dimensies bezighouden of om typografen die vinden dat architecten zich niet met gevelbelettering moeten bemoeien, omdat ze alleen verstand hebben van ramen en deuren.
Het afbakenen van een territorium schept veiligheid. Onderscheid moet er zijn. En als dat er niet is, bedenken we het verschil gewoon. Dat een beroepsgroep zich met een erkend diploma en bijbehorende titel wil onderscheiden is op zichzelf niet verkeerd. Het is meer dan alleen een academisch probleem dat een behandelend arts de juiste opleiding heeft gevolgd en dat een architect iets kan bouwen dat niet direct instort. Maar het is de vraag of alle andere gangbare principes van onderscheid wel zo valide zijn als vaak wordt aangenomen.
Periodiek sluit de cirkel zich. Er is een tijd geweest dat dichters nog uitvinder waren (Leonardo da Vinci) en apothekers nog wetenschapper (Alexander Fleming, ontdekker van de penicilline). Architecten waren ook letterontwerper (H. Th. Wijdeveld) [vanbaar.1982] en wiskundigen nog filosoof (Pythagoras van Samos). Vernieuwers moeten per definitie buiten de bestaande zuilen en hokjes kunnen treden. Alleen met het verlaten van bestaande paden kunnen andere richtingen worden ontdekt.
Na de beklemmende kolomindeling van de vorige eeuw, lijken in de huidige tijd de overeenkomsten weer belangrijker te worden dan de verschillen. Dat wordt dan oecumene genoemd, of Europa, of multimedia, of integratie. Het komt in feite op hetzelfde neer. Uiteindelijk is alles hetzelfde. Anything goes.
Het ontwerpvak lijkt ook in dat stadium te zitten. Direct aangestuurd door technische ontwikkelingen vervagen oude grenzen. Beroepen verliezen hun oude betekenis omdat de omstandigheden niet meer bestaan. Waar is de zetter gebleven? En de lithograaf? Wie weet nog wat een stempelsnijder is? Wat is nog de rol van een programmeur? Ontwerpers kunnen alles zelf. Er is een steeds grotere samenwerking tussen academies en universiteiten en ook binnen de academies vervagen de verschillen tussen de afdelingen. Alle studenten werken met een mix van Adobe applicaties, ongeacht of ze grafisch, architectonisch of modeontwerper willen worden. Het lenen van kennis en ervaring van aangrenzende – voorheen duidelijk afgescheiden – vakgebieden wordt nadrukkelijk gestimuleerd.
Toch is het de vraag of de fundamentele onderbouwing van het vak daardoor niet verdwijnt. Het gevaar bestaat dat de theoretische achtergrond zich beperkt tot het vinden van menu’s en gereedschappen in een applicatie. Ontwerpen speelt zich op een dieper niveau af. En ook daar vinden we de overeenkomsten. Zowel semantisch (betekenis van symbolen), syntactisch, procesmatig als technisch liggen architectuur en typografie dicht bij elkaar. De ontwerpgeschiedenis beschikt over een rijk domein aan begrippen die naadloos zijn toe te passen in de verschillende disciplines [beljon.1976, gropius.1955]. En die daarmee ook een goede basis vormen voor het werken in de ruimte tussen de oude vakgebieden. Met een gemeenschappelijk kader kunnen de verschillende disciplines worden geïntegreerd.
Neem bijvoorbeeld een niet ondenkbare opdracht voor de site van een tijdelijke tentoonstelling in een museum. Navigatie is bewegwijzering is ruimte-tijd. Interieur is lay-out is compositie. De bezoeker kan pagina’s/zalen in een gestuurde volgorde doorlopen. De volgorde waarin die worden aangeboden, hiërarchie, is dus belangrijk. Focus ontstaat alleen als de gebruiker visueel soorten en groepen kan onderscheiden. Of pagina’s/zalen en de elementen daarbinnen bij elkaar horen, is afhankelijk van het onderlinge contrast. Contrast wordt veroorzaakt door een balans tussen samenhang en diversiteit. Alle pagina’s/zalen dezelfde kleur geven en dezelfde maat en dezelfde layout versterkt de samenhang van de groep. De mate waarin we toestaan dat ze binnen een ‘palet’ afwijken doet groepen binnen groepen ontstaan. Een tekst is een grijs blok op stedenbouwkundig niveau. Een tekst bestaat uit letters op het niveau van de interieur architect. De volgorde waarin we de elementen binnen een pagina waarnemen is de route waarmee we van de ene zaal naar de andere komen. De resolutie is de grootte van het maatsysteem waarmee we werken. Daarbinnen herkennen we geen verschillen. Lezen is logistiek. Kolommen zijn straten. Ramen zijn foto’s. Kader is kozijn. Materiaal is kleur. Aannemer is drukker. Stijl is handschrift. Ornament is schreef. Architect is typograaf.
Modulor ziet er uit als een verzameling schetsen van pagina’s [lecorbusier.1954]. Digitale ontwerpschetsen voor gebouwen zien er uit als voorstellen voor een website [zellner.1999]. Illustrator Joost Swarte ontwerpt de Toneelschuur in Haarlem [swarte.2003], waarin de grote theaterzaal niet zonder toeval wordt geflankeerd door betonnen elementen die er als T’s uitzien. Industrieel ontwerper Frans Schrofer ontwerpt een fabriek. En neem nou de architecten Thijs Asselbergs, Hans Kamphuis, Jan Pesman en Peter-Paul van Wissen die in 1982 het blad Items oprichtten [items.1982].
En toch. Voor het ontwerpen van onze studio hebben we – als buro van interieur- en (typo)grafisch ontwerpers – toch c e p e z e d (Jan Pesman) erbij gevraagd.
Literatuur
- [vanbaar.1982] Architectonische belettering, Vincent van Baar, Cento’s publicaties, Breda, 1982
- [gropius.1955] Architektur, Wege zu einer optischen Kultur, Walter Gropius, S. Fischer, 1955
- [pedoe.1976] Geometry and the liberal arts, Dan Pedoe, Penguin Books, 1976
- [götz.2002] Grids, Veruschka Götz, AVA Publishing SA, 2002
- [zellner.1999] Hybrid Space, new forms in digital architecture, Peter Zellner, Thames & Hudson, 1999
- [items.1982] Items 1, Stichting Items Delft, 1982
- [lecorbusier.1954] The Modulor, Le Corbusier, Faber and Faber, London, 1954
- [swarte.2003] Toneelschuur, Joost Swarte en Mecanoo Architects, NAi Uitgevers, 2003
- [beljon.1976] Zo doe je dat, J.J. Beljon, Wetenschappelijk Uitgeverij, Amsterdam, 1976




