Disclaimer
We are fully aware that Google translation is not flawless for every text or language. Still it is better than nothing. Google keeps on improving on the translation, faster than we can do that. Over time we will add manual translations for English to the pages.
  • Verse Ontwerpers
2007
Poffertjes | Items #1, 2007

Verse ontwerpers hebben het maar makkelijk. Nog niet gewend aan de vorstelijke salarissen van ontwerpbureaus, is het voor studenten die net examen hebben gedaan geen probleem om een eigen bureau te beginnen. Het starten vergt niet meer dan een telefoon, een potlood en de spreekwoordelijke achterkant van een sigarendoosje. Je hebt zelfs geen computer nodig. Zo’n apparaat is wel handig, maar niet essentieel. Zonder kan ook.
Natuurlijk mist er vaak nog wel wat praktische kennis en ervaring over hoe dat dan allemaal precies moet. De vele gevaren van de ontwerppraktijk liggen op de loer. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus leer deze column uit je hoofd.

Voor studenten die meteen na hun studie voor zichzelf beginnen, is de stage het enige moment in hun leven dat ze een ander ontwerpbureau van binnen zullen zien. De collega’s zijn over de algemeen niet zo scheutig met het verstrekken van informatie over hoe het er bij hen aan toegaat. Per slot van rekening kom je elkaar regelmatig tegen in offertes en pitches en wie weet of die informatie niet net de beslissing van de opdrachtgever naar de andere kant zal doen doorslaan. Alle beetjes helpen misschien.
(Als de student overigens na een aantal jaren zelf docent wordt ontstaat via stageverslagen wel een beeld van het reilen en zeilen van de collega’s, aanvullend op de informatie die bureaus zelf verkiezen naar buiten te brengen).

Daar komt bij dat de werkwijze van de verse ontwerper juist niet moet lijken op hoe anderen het doen. (Gevoed door professionele arrogantie en gezond opportunisme moet hij zijn eigen stijl ontwikkelen, niet alleen in het ontwerpen, maar ook in de wijze van acquireren, offreren, presenteren, administreren, telefoneren en onderhandelen. Het gaat er niet alleen om hoe je ergens binnenkomt, maar ook of je er nog eens terug mag komen en vooral of je daar dan voor wordt betaald.

Een voorbeeld van zo’n binnenkomer is om tegen je opdrachtgever te zeggen dat je de opdracht zal uitvoeren op basis van “no cure, pay”. Hij kan het dan niet laten om zo’n onwetende student te corrigeren door te zeggen dat het zo niet werkt. Het is “no cure, no pay”. Jij neemt dan het initiatief door te zeggen dat je toch echt “no cure, pay” bedoelt. Alleen als het ontwerp niet wordt uitgevoerd moet de opdrachtgever betalen voor de gemaakte uren. Hoewel je deze techniek niet al te lang moet volhouden, is het voor een verse ontwerper wel degelijk een methode om een relatie met een nieuwe opdrachtgever op te bouwen.
Intussen vult de ontwerper zijn portfolio, doet hij praktijkervaring op en heeft hij een stok achter de deur om serieus genomen te worden. Bovendien is het onorthodoxe karakter van het voorstel op zichzelf al iets waarmee de ontwerper zich onderscheidt van anderen.

Toch komt er een moment dat wèl voor de uren van een opdracht betaald moet worden. Verse ontwerpers hebben in het begin de neiging om zichzelf niet serieus te nemen. Ze zijn zich er – overigens terecht – van bewust dat ze weinig ervaring hebben met hoe het in de praktijk werkt.

Tijdens de studie wordt een opdracht binnen de beschermde academische omgeving uitgevoerd. Docenten hoeven niet te zorgen dat het ontwerp zo snel mogelijk met zo min mogelijk kosten wordt gerealiseerd. Het accent ligt op het ontwikkelen van stijl, smaak, denkprocessen en andere basisvaardigheden.
Maar in de praktijk is het gebrek aan ervaring een doorslaggevende factor. Het komt een opdrachtgever goed uit om op die manier de prijs te drukken. Hoedt je voor uitspraken als “als jij dit nu gratis ontwerpt, dan heb je mooi iets om in je map te stoppen”. Zo’n voorstel lijkt wel op “no cure, pay”, maar het initiatief daarvoor kan toch beter bij de ontwerper dan bij de opdrachtgever liggen.

Zo zijn er nog wat tips die verse ontwerpers in het achterhoofd kunnen houden:
  • De eerste regel is natuurlijk: vertel een opdrachtgever nooit dat je net bent afgestudeerd. Het levert geen voordeel op, anders dan een excuus voor jouw onzekerheid en gebrek aan ervaring. Je mag er natuurlijk wel over praten, maar doe dat vooral niet met je opdrachtgever. Een goede opdrachtgever wil juist betalen voor het decor, het gevoel dat jij de enige bent die weet hoe het moet, ook al heb je zelf dat gevoel helemaal nog niet. Je wordt betaald om onzeker te zijn, omdat het bij een ontwerp-opdracht per definitie nog niet duidelijk is waar het om gaat of hoe je bij het eindresultaat moet komen. Maar het vergt een zeer bijzonder soort opdrachtgevers die je daarin willen volgen als je ze te veel in de keuken laat kijken. Dat soort opdrachtgevers is schaars; de meeste zullen het geen aanbeveling vinden als je je onzekerheid toont. Gepaste arrogantie en opportunisme bieden dan een uitstekende compensatie.
  • De tweede regel is dan ook: weersta de neiging om voor een lager uurtarief te werken dan de reguliere €90 (exclusief BTW) omdat je vindt dat het totale bedrag te hoog wordt.
    Bedenk dat veel opdrachtgevers dat bedrag helemaal niet zo hoog vinden. En als je door omstandigheden toch korting moet geven, doe dat dan via gratis uren (vergeet niet om die uren op de nota apart aan te geven, ook al reken je ze niet door), hierdoor is het altijd duidelijk dat die situatie niet tot in de eeuwigheid kan duren. Een te laag uurtarief krijg je in latere opdrachten nooit meer omhoog gepraat.
  • Schrijf je in bij de Kamer van Koophandel en vraag bij de Belastingdienst een BTW nummer aan. Niet dat dit essentieel is om als ontwerper te functioneren – je ontwerpt er niet beter door –, maar het draagt wel bij aan het beeld dat je het klappen van de zweep kent.
  • Als een opdrachtgever betaalt, dan is dat bedrag op je rekening niet van jou. Er moet nog belasting en BTW vanaf. Het is in het begin een goede leidraad om de 50% te reserveren, bijvoorbeeld op een andere rekening. Daar kom je mee uit.
  • Elke opdrachtgever vraagt om een offerte. Maar per definitie is van een ontwerpproces niet precies aan te geven hoe lang het gaat duren. Het is daarom beter om een begroting te maken, zodat je later de werkelijk gemaakte uren kunt afrekenen. Opdrachtgevers zijn daar meestal niet zo blij mee. Als je echt een bindende prijs moet geven dan kan dat alleen maar als je zeker weet dat de andere drie factoren ook bindend zijn: het aantal te besteden uren (of volume of kwaliteit), de gewenste functionaliteit en de beschikbare doorlooptijd. In de onderhandeling mag de opdrachtgever 3 van de 4 factoren zelf invullen. De ontwerper bepaalt dan de vierde. Als bijvoorbeeld het budget, de functionaliteit en de doorlooptijd vastliggen, dan mag de ontwerper bepalen hoeveel uren hij aan de opdracht kan besteden. Als het volume en de functionaliteit door de opdrachtgever worden bepaald en het moet binnen een week af, dan mag de ontwerper de prijs bepalen, want die moet dan misschien werk gaan uitbesteden.


Maar de belangrijkste regel laat zich niet in een stukje van maximaal 900 woorden vangen. Een verse ontwerper die voor zichzelf begint moet in de eerste plaats ondernemer worden. Blijven studeren op de beste manier om te ontwerpen. En te onderscheiden. Het betekent dat je poffertjes gaat bakken, ook als je ze in het begin allemaal zelf op moet eten. Mensen komen op de geur af.
Het nemen van initiatief is niet te leren. Dat moet je gewoon doen.

Verplichte literatuur
Kaas, Willem Elsschot, Uitgeverij Querido, Amsterdam (1e druk 1933)