Disclaimer
We are fully aware that Google translation is not flawless for every text or language. Still it is better than nothing. Google keeps on improving on the translation, faster than we can do that. Over time we will add manual translations for English to the pages.
2004
Op de Millimeter | Items #6, 2004

Mensen kunnen niet schatten. Hoewel ze het gevoel hebben dat ze het wel kunnen, hebben talloze experimenten aangetoond dat ze niet nauwkeurig kunnen inschatten hoe groot, dik, lang of zwaar iets is. De context bepaalt wat waar is. Eigen maat is norm. Een roker die van 30 naar 25 cigaretten per dag mindert heeft het gevoel aardig op weg te zijn naar een gezonder bestaan. Iemand die met 160 km/u langs medeweggebruikers raast ergert zich over de gevaarlijke situatie die zij veroorzaken door zo langzaam te rijden. Een kind kiest het hoge smalle glas met limonade in de overtuiging dat er meer in zit dan dezelfde hoeveelheid in een laag en breed glas. Iemand die nieuw bij een bedrijf gaat werken, heeft het gevoel dat de anderen daar al jaren zitten. En een aflopende foto lijkt groter dan wanneer die op het midden van een pagina staat.

Mensen kunnen niet schatten. Onze hersenen spelen ons parten door voortdurend onze waarneming te interpreteren. De ‘context’ is steeds bepalend voor wat we zien. Die kan emotioneel zijn (‘armoede is relatief’) of optisch (een vierkant met zijden van 6 cm lijkt groter dan een cirkel met een diameter van 6 cm).
Dat is een nogal onhandige tekortkoming van mensen. Appels zijn wel te tellen, maar voor de juiste hoeveelheid meel heb je andere middelen nodig.

Daar hebben we wat op bedacht. Meten is het vergelijken van een onbekende hoeveelheid met iets dat niet door context verandert. Geholpen door simpele wiskunde zijn er in de loop der tijd maten ontstaan die iets zeggen over hoe lang, hoe lang en hoe zwaar iets is: de meter, de seconde en de kilo. (Helaas zijn we daar blijven steken. Het zou de wereldvrede enorm ten goede komen als we dergelijk maten ook hadden kunnen vinden voor grootheden als geluk, tevredenheid, kennis, liefde of tolerantie. Maar omdat het schatten van deze waarden geheel door de context wordt beïnvloed, bestaan er over die onderwerpen evenveel meningen als standpunten).

Ondanks dat hebben deze beperkte standaarden veel opgeleverd. De voet, de el, de augustijn, de cicero, de yard, het dozijn en de ons in Europa als handelsmaat grotendeels verdwenen.
Maar toch hebben we daarmee het bestaan van de inch niet weten te stoppen. Integendeel. Sinds de introductie van PostScript in printers en zetmachines werken we in inches, niet in centimeters. Iedereen die de voorkeurinstellingen Quark XPress en InDesign op millimeters zet, houdt zichzelf voor de gek. Net als in de Mars Climate Orbiter, waarin de omrekeningsfout tussen engelse en metrische maten er voor zorgde dat de satelliet op Mars te pletter sloeg. Duur foutje. Niet alleen in kosten maar ook in prestige (in welke grootheid druk je dat uit?).

Er doen zich in de ontwerppraktijk ook regelmatig situaties voor waarin afrondingen tot ongewenste resultaten leiden. Het specificeren van de maatrelatie tussen twee voorwerpen heet in industriële termen ‘passing’. Bij een klempassing is gestandaardiseerd welke ruimte een pin in een gat moet hebben om vast te zitten. Dat gaat goed als de specificatie geheel in millimeters óf geheel in inches is gesteld. Maar bij een combinatie van de twee gaat het mis omdat een inch niet 2.54 centimeter is. Het maakt niet uit hoeveel cijfers je er achter de komma bij zet, het klopt nooit precies.

Als een ontwerper elementen in millimeters op een pagina vertaalt het programma deze maten naar inches en maakt daarbij een kleine afrondingsfout. In veel gevallen is dat niet merkbaar, maar de optelsom van een aantal fouten is wel zichtbaar. Dan staat er opeens een witte lijn tussen twee foto’s die zelfs in grootste uitvergroting op beeldscherm niet zichtbaar was. Een dure fout als daardoor films opnieuw moeten worden belicht of zelfs een oplage opnieuw moet worden gedrukt.

Zo’n afrondingsfout (onzichtbaar voor de ontwerper, omdat het programma maar 2 decimalen laat zien, terwijl het met 18 decimalen rekent) doet zich vaak voor bij kolommen die ongeveer dezelfde breedte hebben. Het verschuiven van een tekst van de ene naar de andere kolom zou niet anders mogen afbreken. Toch is de kans hierop aanwezig omdat er altijd wel een woord is dat nog wel in een kolom van 84.4540234254359846, maar net niet meer in een kolom van 84.4540234254359845 past. Onbegrijpelijk voor de ontwerper, want die ziet twee kolommen van 84.45 mm breed. Het grote aantal decimalen is dus niet nauwkeurig en leidt juist tot onnauwkeurigheid omdat het niet duidelijk is dat er wordt afgerond. Het is dus een misvatting te denken dat meer decimalen betekent dat de ontwerper ook nauwkeuriger werkt. Het tegendeel is het geval.

Vertikaal gebeurt hetzelfde. Regeltransport wordt in punten (1/72") aangegeven. Dat is nog erger. De afrondingsfout doet zich in elke regel voor, zodat een tekstkolom van 80 regels aan de onderkant op een geheel andere plaats eindigt dan bedoeld.
Er is wel iets aan te doen: schaf het gebruik van millimeters binnen de pagina af. De eenmalige afronding aan de rand van het papier, die optreed als een A4 niet 210 x 297 mm is, maar 595 x 842 pt, is kleiner dan een drukker kan snijden. Een pagina moet niet van buiten naar binnen berekend worden (startend met het papier formaat, dan de marges, de zetspiegel, het kolomwit, dan het aantal kolommen, resulterend in kolombreedtes die allemaal verschillend zijn) maar van binnen naar buiten (startend met de gewenste kolombreedte, het aantal kolommen, het gewenste kolomwit, dan de paginabreedte in punten, resulterend in de marges).

Een bijkomend voordeel van inches is dat het een 12-tallig stelsel is. De 72 punten waar een inch uit bestaat is op veel manieren te verdelen (2 x 36, 3 x 24, 4 x 18, 8 x 9) zodat makkelijk meerdere indelingen gemaakt kunnen worden. Dit is veel flexibeler dan het 10-tallige metrische stelsel.

Maar er is nog iets anders aan de hand. De plaatsen van tekst op een pagina heeft zo zijn eigen ‘passing’. Kolomwit is de ruimte die nodig is om te zorgen dat aangrenzende kolommen optisch niet in elkaar overlopen. Is het te weinig, dan is de tekst niet te lezen. Te veel en de pagina valt uit elkaar. En juist dit kolomwit is verantwoordelijk voor het feit dat de simpele wiskunde niet langer geldt. Voor de typograaf is 15 : 4 = 3 waar. En ook 19 : 5 = 3. Los dat maar eens op.
All the type on this site is Benton Modern RE, served live using @font-face from