2007
Zero Tolerance | Items #3/4, 2007
Het kan niet duidelijker. Regels zijn regels. Daar heb je je aan te houden en als je dat niet doet moet je daar zelf de consequenties maar van dragen. Normen en waarden zijn de fundamenten van ons bestaan, zonder duidelijkheid weet je niet waar je aan toe bent. En zekerheid is het hoogst bereikbare ideaal. Politieke partijen voeren het niet voor niets hoog in het vaandel; het leven wordt er een stuk overzichtelijker van.
Jammer dat dat niet voor ontwerpers geldt, hun leven zou er een stuk makkelijker door worden. Ontwerpers)worden geacht de ruimte te zoeken, over grenzen te gaan en met oplossingen te komen waar nog niet eerder iemand over nadacht. Waar met een conservatieve levensvisie veranderingen per definitie onwenselijk zijn, moet de ontwerper steeds verbeteren, reageren op ontwikkelingen in de wereld, zich innoverende technieken bijbrengen en voortdurend al zijn voorgaande werk kritisch bekijken. Overigens zijn bij “ontwerpers” natuurlijk alle andere experimenterende vakken in te vullen, of het nu gaat om kunstenaars, musici, docenten, ouders, programmeurs, auteurs, ondernemers, onderzoekers, managers of wetenschappers.
Toch houden ook veel ontwerpers zich vast aan hun “zekerheden”. Afwijkingen van de norm zijn lastig, maar inherent onderdeel van het beroep. Net als denken in marges. Neem bijvoorbeeld de plaatsing van paginanummers op een A4. Als in een layout de ruimte tussen tekst en paginarand (de letterlijke marge) te krap, is worden de paginacijfers afgesneden na het drukken. Dat gebeurt vooral met dikke katernen waar de pagina’s in het midden duidelijk smaller zijn dan aan de buitenkant. Maar het werken op beeldscherm heeft veel ontwerpers vervreemd van de materie. Het is verleidelijk te denken dat de 18 cijfers waarmee InDesign de maat van een A4 berekent, ook de nauwkeurigheid is waarmee de drukker werkt. De praktijk blijkt vaak weerbarstiger.
Voor kleuren geldt een vergelijkbaar verhaal. De ontwerper kan makkelijk over het hoofd zien dat de Pantone kleur op het beeldscherm eigenlijk is ontstaan uit het oplichten van rood-groen-blauwe punten. Dat levert wat dus heel wat anders dan het drukken met transparante off-set inkt op een getinte papiersoort.
Ontwerpers kunnen niets met toleranties. Ze zien afwijkingen van de standaard als een aantasting van hun ontwerp. Hoeken moeten recht zijn, niet afgerond. Ook niet als brieven dan in de hoeken van de rechte vensters van vensterenveloppen blijven hangen. Een website moet er in HTML precies zo uitzien als in Illustrator, ook als dat ingewikkelde, langzame en onbetrouwbare software oplevert. De drukker moet precies het afgeproken aantal brochures afleveren als gevraagd, ook al zeggen de leveringsvoorwaarden iets anders.
Gevraagd naar de hoogte van een stoel of de verwachte hoeveelheid variabele tekst op een briefpapier zegt menig ontwerper uit te gaan van een “gemiddelde” maat. Helaas is erg vaak te zien dat dat niet werkt. Iets wat gemiddeld past, past voor niemand. Een file ontstaat niet uit een gemiddelde hoeveelheid auto’s op de weg, maar is afhankelijk van het maximum aantal dat in de spits tegelijk naar huis kan rijden. Welke computer je aan kunt schaffen wordt niet bepaald door je gemiddelde maandinkomen, maar wel door wat je op een bepaald moment in je portemonnee hebt.
In de ergonomie is “gemiddeld” dan ook geen valide manier van meten. Interessanter is om te weten of 90% van de bevolking er goed op kan zitten. De ontwerper moet daarom met iedereen rekening houden, behalve met de 5% kleinste en 5% grootste mensen.
Bovendien: geen enkele meting is exact. Het resultaat van een meting wordt door allerlei aspecten gekleurd. Wat vandaag het optimale ontwerp blijkt te zijn is morgen door voortschrijdend inzicht of veranderende omstandigheden toch niet perfect. Maar ook de mate van eigen betrokkenheid is bepalend voor de waardering. Andermans fouten worden breed uitgemeten waarbij de spreekwoordelijke eigen balk buiten discussie blijft. Een slachtoffer meer of minder bij een bomaanslag aan de andere kant van de wereld lijkt een stuk minder belangrijk dan het verkeersongeluk van een naast familielid. Een buit van €100 bij een bankroof is een stuk minder indringend dan wanneer hetzelfde bedrag uit je eigen portemonnee wordt gestolen.
Maar zelfs als meningen niet veranderende, omstandigheden gelijk blijven en beoordelingen zo objectief mogelijk worden uitgevoerd, zijn we niet in staat om exact te meten hoe groot iets is. Dat komt doordat we voor vrijwel alle waarden niet exact kunnen definiëren wat we er onder verstaan. Vragen als: “Wat is de afstand (met een nauwkeurigheid van een miljoenste millimeter) tussen Den Haag en Amsterdam?” en “Was je precies om 9:00 in de vergadering?” zijn onbeantwoordbaar omdat niet duidelijk is waar de grenzen van steden precies liggen en wanneer de vergadering precies begint: als je met je neus door de deur komt of pas na het eerste kopje koffie met voetbalverhaal.
En toch is het echte probleem nog fundamenteler. Chaos theorie en quantum verschijnselen maken dat we nooit tegelijk de status van een fenomeen kunnen meten en weten. De handeling van het meten aan 220 volt verandert de spanning van het lichtnet. Een klein beetje. Verwaarloosbaar klein misschien, maar toch. In bepaalde situaties kan precies dat verschil beslissend zijn. De handeling van het peilen van een opinie voor verkiezingen verandert de opinie. Het onttrekken van een vel aan een oplage om te meten of de kleur goed is, verandert het geleverde aantal. Het meten aan de ‘performance’ van een webserver verandert de statistiek van de website.
Ook meten kent dus een mate van onzekerheid. Ook daar speelt tolerantie een rol. Volgens wikipedia is tolerantie “de acceptabele afwijking van een streefwaarde, ideaal of optimum. De grootte van de tolerantie wordt gegeven door een norm”. De norm bepaalt of iets voldoet of niet. In praktijk hebben toleranties verschillende benamingen zoals marge, lossingshoek, overshoot, passing, periode, bandbreedte, spectrum, speelruimte, oplage, budget, doelstelling en deadline.
Ontwerpen bestaat uit het vaststellen van de marges. Wanneer is iets goed genoeg? Wat is de toelaatbare lossingshoek van een matrijs om te zorgen dat het kunststof product nog uit de matrijs valt zonder dat het schuin lijkt? Bij welke (klem)passing blijft een plug in de muur zitten? Hoeveel mag je te laat komen op een afspraak? Hoe snel is een webpagina? Hoeveel wijkt de kleur van een auto af van de norm? Hoeveel schroefjes zittten er echt in een doosje van 100? Hoeveel mag de rekening boven de offerte uitkomen? Wat was precies de opdracht bij een bepaald ontwerp? En hoeveel weken te laat mag je dat ontwerp afhebben?
Ontwerpers houden niet van toleranties. Tenzij het gaat over de laatste drie van de voorgaande vragen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Tolerantie
www.nen.nl




