- De tabel

2006
De tabel | Items #3, 2006
Wat is de overeenkomst tussen Boter, Kaas & Eieren, grafieken, spreadsheets, gevels, interieurs, bouwtekeningen, databases, adressenlijsten, stramienen, lay-outs, plattegronden, formulieren, schaken, dammen, pagina’s, New York, Sudoku’s, letters, Go, GPS, wegenkaarten, kalenders, vertrekstaten, kruiswoordpuzzels en het Periodiek Stysteem van de Elementen?
De uitspraak dat “in programming everything can be solved by adding another layer of abstraction” geldt ook hier. Alle platte dingen zijn hetzelfde. Alles met twee dimensies gedraagt zich als een tabel, als matrix.
Om een positie aan te geven gebruiken we twee waarden, de coördinaat: x en y, hoogte en breedte, rijen en kolommen. Een coördinaat wordt geschreven als “tuple”, twee getallen, gescheiden door een komma en omsloten door haakjes: (3, 5). De wiskundige conventie is dat het eerste getal de horizontale positie aangeeft en het tweede de vertikale. Drie naar rechts en vijf omhoog. Op een schaakbord worden letters en cijfers gebruikt. De coördinaat (3, 5) wordt dan geschreven als C5. Dat voorkomt het onbedoeld verwisselen van de x en y waarden. Doordat een schaakbord niet meer dan 8 kolommen heeft, hebben we genoeg aan de letters A t/m H. Bij een spreadsheet is dat niet toereikend. Het aantal kolommen is daar in principe oneindig groot, veel meer dan de 26 beschikbare letters. Een spreadsheet programma gebruikt daarom voor de kolommen benamingen als AA, AB, AC, etc.
Cellen
Om met een twee-dimensionale ruimte te kunnen werken, moet deze in vakjes worden verdeeld. Dat zijn de “cellen” van een tabel. Sommige toepassingen hebben van nature al zo’n indeling. Er zit geen ruimte tussen een wit en zwart vierkantje op een schaakbord. Het schaakbord is een “discreet” systeem. De positie op het bord wordt aangeduid door gehele getallen, niet met fracties. In een schaakpartij heeft C5.245 geen betekenis. Andere omgevingen zijn van nature “continu”. Een bouwtekening, een pagina en GPS (“global positioning system”) hebben geen indeling in vakjes. De positionering op het vlak is net zo nauwkeurig als het aantal decimalen van de coördinaat.
Maar in praktijk is dat lastig om mee te werken. Het heeft niet zoveel zin om op de lokatie van een auto op de millimeter nauwkeurig te weten, omdat het ding zelf al vele malen groter is. Het gaat om de orde van grote van het geheel, niet om de positie van de linkerkoplamp. Om een bouwtekening, GPS en een pagina te kunnen gebruiken maken we er dus ook discrete systemen van.
De cellen in een gebouw hebben als functie dat boeven in een gevangenis niet bij elkaar op de koffie kunnen. De nauwkeurigheid van GPS beperkt zich tot minuten en seconden (04°21’33.30"E, 52°00’49.47"N op Google Earth), waarbij de praktische nauwkeurigheid vooral wordt bepaald door de resolutie van de beschikbare luchtfoto. De kolomindeling van een paginastramien (zie Items 2004/6) is niets anders dan een middel om de oneindigheid van keuzen in een continu systeem terug te brengen naar hanteerbare proporties. Van klei naar lego.
Volgens van Dale is een tabel een “geordende lijst, met een overzicht van een (groot) aantal feiten of gegevens, gewoonlijk enkel in namen en cijfers en zo gegroepeerd, dat men ze makkelijk kan overzien.” In bovenstaande toepassingen kunnen we die definitie wel wat oprekken. Technisch is een opsomming (of lijst) een tabel met met één kolom, maar meestal zijn het er meer. Het gaat in een tabel zowel om de horizontale als vertikale relatie. Soms kan een tabel op de inhoud van kolommen gesorteerd of kunnen de ze onderling worden gewisseld, zonder dat de informatie veranderd. Dat is het geval met een adressenlijst. Maar als we hetzelfde met een schaakbord doen, ontstaan er heel vreemde stellingen. Een tabel dus meer dan alleen “een geordende lijst van feiten of gegevens”.
Voor ontwerpers zijn tabellen lastige dingen. In een fysiek schaakspel staat de derde dimensie ter beschikking om de verschillen tussen de schaakstukken aan te geven. De koning heeft een andere ruimtelijke vorm en is ook groter dan een pion. Het tekenen van een plat schaakbord maakt meteen het probleem duidelijk. De vormen van de verschillende stukken moeten allemaal in hetzelfde vierkantje gepropt worden. In andere toepassingen is het verschil tussen het volume van de informatie en de beschikbare ruimte nog veel groter. De typograaf die de financiële toestand van een onderneming in het jaarverslag moet vormgeven weet daar alles van. Het past nooit. De titel van de informatie neemt niet dezelfde ruimte in als de informatie zelf: een kolom met als inhoud 1%, 2%, 3%, etc. kan als titel hebben “De verwachte stijging van de rente bij gelijkblijvende hypotheekrenteaftrek”. Terwijl een kolom met bedragen groter dan een twintig miljoen de simpele titel “€” draagt. Accountants houden per definitie geen rekening met de ontwerpbaarheid van kopij die ze aanleveren. Dat zou niet werken. Een bijkomende uitdaging voor de typograaf is dat tekst beter links en getallen beter rechts uitgelijnd kunnen worden. Moeten een titel boven getallen dan links of rechts staan?
Het volumeprobleem wordt in verschillende toepassingen anders opgelost. Waar de ontwerper zich genoodzaakt ziet om een formulier, grafiek, stramien of routekaart passend te maken op een bepaald paginaformaat, denken electronische media voor zichzelf. Spreadsheet programma’s trekken zich niets van het einde van een kolom aan en laten tekst gewoon in de volgende kolom doorlopen. Webbrowsers gaan nog verder door het paginaformaat totaal onderschikt te maken aan de celinhoud van een tabel. Het grootste voordeel van tabellen in HTML is meteen ook het belangrijkste nadeel: zet een grote foto in een tabel en de browser zal de cel (en daarmee de hele kolom) zover oprekken dat die past, zelfs als de kolombreedte apart is gespecificeerd met een kleinere waarde. De browser ziet het als een suggestie, niet als een voorwaarde om de kolom die maat te geven. In de begindagen van Internet werd deze techniek nogal eens gebruikt om er zeker van te zijn dat kolommen een bepaalde maat kregen.
Maar tabellen kunnen ook een handvat zijn voor een ontwerper. Zo leent een simpele matrix van 2 x 2 of 3 x 3 cellen zich uitstekend voor het verhelderen van relaties, het is een prima brainstorm techniek. Klassieke info-graphics uit de bedrijfskunde waarin langs de ene as [bestaande producten, nieuwe producten] en langs de andere [bestaande markten, nieuwe markten] met elkaar worden vergeleken, zijn hiervan een voorbeeld. Product- en marktontwikkeling langs de assen is veel veiliger en geleidelijker dan langs de diagonaal waarbij tegelijk zowel nieuwe markten als nieuwe producten ontwikkeld moeten worden. De matrix maakt zo’n idee veel toegankelijker dan een verhaaltje over hetzelfde onderwerp.
Of denk aan een matrix van 3 x 3, waarin bijvoorbeeld [beleid, organisatie, personeel] wordt afgezet [cultuur, politiek, techniek] (Camp, 1998). Probeer elk van de negen cellen eens te vullen met relevante informatie, die verband houdt met zowel de kolom als de rij waarin hij staat. Of stel je je een matrix voor, waarin de basiselementen van de huisstijl [logo, lettertype, kleur, naam, formaat, ...] worden vergeleken met de toepassingen [brochure, formulier, website, envelop, ...]. De cellen bevatten dan informatie over het gebruik van de basiselementen per toepassingen, veel zinniger dan de simpele beschrijving die in de meeste huisstijlhandboeken wordt aangeboden.
Nog leuker wordt het als de begrippen langs de assen ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Probeer eens de cellen van een matrix met horizontaal [groot, typografie, vervoer] en vertikaal [filosofie, paarden, energie] te vullen. Het maakt niet uit welke combinatie van woorden je kiest. Het leidt altijd tot interessante, nieuwe denkbeelden.
Ontwerpen is een leuk vak. Het is altijd goed wat je doet, tenzij het fout is.
Lees verder:
Begrijpelijke dimensies, Items, maart/april 2005 nr. 1
Meten, Items, november/december 2004 nr. 6
Google Earth 04°21’33.30"E, 52°00’49.47"N
De praktijk van de Matrix, Peter Camp & Funs Erens, Uitgeverij Contact, 1998




