Disclaimer
We are fully aware that Google translation is not flawless for every text or language. Still it is better than nothing. Google keeps on improving on the translation, faster than we can do that. Over time we will add manual translations for English to the pages.
  • De eerste les
2010
De eerste les | BNO Vormberichten #1, 2010

Een stukje als dit kan over alles gaan. Zeker nu nog, maar gaandeweg in de tekst wordt het aantal mogelijkheden beperkter. De auteur moet kiezen wat wel en niet aan de orde komt, het aantal woorden is beperkt en het aantal te behandelen onderwerpen oneindig groot. En als de lezer bij het eind is aangekomen moet inmiddels wel duidelijk zijn wat de auteur wilde zeggen, anders is het te laat. Dan ging het stukje nergens over.

In de ontwerppraktijk gaat het net zo. Een nieuwe opdrachtgever of een verse groep studenten kan je in het begin nog van alles wijsmaken, maar ergens in het verhaal moet de ontwerper of docent toch wel op enige vorm van consistentie betrapt kunnen worden, anders verslapt de aandacht. Maar tegelijk is het wel bedoeling dat nieuwe opdrachtgevers en verse studenten ook zelf gaan nadenken, dus om ze alles precies voor te kauwen schiet het doel voorbij. Een eeuwig dilemma: maak het ontwerp precies zoals je vindt dat het moet worden, maar zorg ervoor dat anderen denken dat ze het allemaal zelf bedacht hebben.
Dus daarom: ruimte voor inspraak. Met de jaarlijks verversende groep studenten van de master studie Type]Media van de Koninklijke Academie van Beelden Kunsten in Den Haag bespreken we in de eerste van de tien lessen die ik geef, over welke onderwerpen we het tijdens het studiejaar zullen hebben. Die lijst wordt altijd veel langer dan de beschikbare tijd, dus moeten onderwerpen gecombineerd worden en vooral ook voorzien van prioriteit. Die discussie lijkt al aardig op een ontwerpproces. En het lijkt ook op het schrijven van stukjes als dit. In deze beperkte ruimte kunnen we het hebben over tal van grote en kleine onderwerpen, maar niet over alles.
Zo’n lijst – in willekeurige volgorde – zou kunnen bestaan uit: waarom ontwerpprijzen onzin zijn, wat de toekomst is van het internet, hoe stramienen werken, hoe je een lettertype kiest, @font-face, XML, Python, ontwerponderwijs, hoe je een bureau begint, hoe een bureau de crisistijd overleeft, hoe een bureau na 30 jaar nog jong blijft, hoe het vak er over 30 jaar uitziet, de overeenkomst tussen programmeren en ontwerpen, welke ontwerpprogramma’s niet bestaan, wat de leesbaarheid van een tekst bepaalt, de geschiedenis van de curve, het ontwerpen van ontwerpspellen, hoe je als ontwerper met toeleveranciers omgaat, en met productiebedrijven, hoe je zonder veel risico’s met nerds kan praten, wat de wiskunde is achter stijl, waarom een ontwerpproces geheel volgens de regels van speltheorie werkt, beslisbomen, duurzaamheid, waarom “gevoel” niet bestaat en waarom je toch vooral goed moet blijven kijken, en luisteren, welke tegenstrijdige definities bestaan van polulaire begrippen, wat wit is, waarom twitteren geen ontwerpen is, waarom al het andere dat wel is, over engagement en smaak, de armoede van veel huisstijlen, waarom ontwerpers geen websites kunnen maken, wat typografen de hele dag doen, wat letterontwerpers niet doen maar wel zouden moeten, waarom mensen hun lidmaatschap van een beroepsorganisatie opzeggen, en hoe je een groep studenten kan bewegen om te reageren op de inhoud van een ontwerples.

Zo’n lijst is natuurlijk open voor commentaar en aanvulling, maar als de groep studenten desondanks toch niet van zich laat horen, is het de docent die kiest en de volgorde bepaalt. En daarmee ging het stukje op de valreep toch nog over één van de belangrijkste aspecten van ontwerpen: kiezen. Tot de volgende les.